Vanja de Jong
Vanja de Jong, Leerkracht

“. Zij-instromen: het was voor mij nu of nooit'”

Vanja de Jong is duidelijk over haar instroomtraject. Het was nu of nooit voor haar. Ze was uitgegroeid in haar vak als logopedist en zo rond de vijftig werd het tijd om haar nieuwe carrière op de rit te krijgen. De keuze lag voor de hand. ‘Ik heb altijd al in en rond scholen gewerkt. In de klas voel ik me thuis.’ Dus werd het tijd voor een studie.

Bewust kiezen hoort bij Vanja. Haar keuze om alsnog juf te worden en de keuze voor Cornelis Musius als school. De kleinschaligheid, de warme cultuur, het werken met IPC en de frisse, groene uitstraling van het gebouw speelden allemaal mee in haar keuze om juf te worden op deze school. ‘Het is officieel een Gezonde School. We hebben een moestuin, een steeds groener wordend schoolplein en een heel hecht team. Je merkt dat collega’s betrokken zijn en dat er weinig gedoe is. De focus ligt op onze kinderen. Daar voel ik me heel prettig bij.’  

Twee jaar is te overzien 
Zij-instromen is een goede route voor mensen, die al een carrière achter de rug hebben. Je gaat direct aan de slag, behoudt je inkomen en krijgt een verkorte opleiding aangeboden. Een regulier deeltijdtraject duurt 4 jaar. Dat had Vanja nooit kunnen voltooien, dat weet ze zeker. ‘Dat zag ik niet voor me, zeker niet met een gezin. Ik combineer werken en leren met een gezin van drie kinderen. En dan is twee jaar te overzien.’  

Rekening houden met het leven 
Dat je als zij-instromer rekening moet houden met wat het leven je brengt, dat ondervond Vanja ook. ‘Ik raakte mijn vader en schoonvader kwijt tijdens mijn studie, wat betekende dat ik vertraging opliep. Het viel niet mee om het daarna weer op te pakken.’  Toch bleef de opleiding haalbaar dankzij de flexibiliteit en steun van Cornelis Musius en Laurentius: ‘De vraag “Wat heb je nodig?” was cruciaal voor mij. Er werd steeds meegedacht. Dat maakte dat ik het volhield.’ 

Open leeromgeving  

Eén van de prettigste elementen van het traject was de coaching. Elke twee weken werd Vanja begeleid door een interne coach, die lessen observeerde, meedacht over de aanpak en hielp bij vragen over planning, samenwerking of vakdidactiek.‘ Het is heel fijn om een vast aanspreekpunt te hebben, iemand die met je meedenkt en bij wie je terecht kunt met je vragen.’  De open leeromgeving van Cornelis Musius hielp ook. ‘Collega’s vroegen me vaak hoe het ging en of ze konden helpen. Die houding maakt een wereld van verschil. Het geeft vertrouwen en ruimte om te leren.’ 

Onderschatten en overschatten 
Bij Vanja ging het instromen erg snel. Ze startte halverwege het schooljaar. Op woensdag werkte ze nog als logopediste en de andere maandag stond ze voor een klas. Wel met een collega, want ze was toen nog leerkrachtondersteuner. ‘De knip was vrij hard. Maar ik wist dat ik dit kon, dat ik dit wilde.’ 

Of je er vanaf dag 1 helemaal klaar voor bent, die vraag stelde Vanja zichzelf ook en het antwoord weet ze niet. ‘Je wordt eigenlijk de hele dag onderschat en overschat. Daar heb ik met mijn duo afgelopen vrijdag nog een gesprek over gehad. Sommige dingen denk ik nou, dat zou ik toch moeten weten. En soms gaat iemand mij iets uitleggen en dan denk ik “je begrijpt toch wel dat ik dit al lang weet?” Gelukkig krijg ik bevestiging vanuit de juiste hoek: gewoon een leerling, die roept “Juf nou snap ik het eindelijk”, dan weet je direct, ik hoor thuis in het onderwijs.’ 

Advies aan toekomstige zij-instromers
Wie de overstap naar het onderwijs overweegt, raadt Vanja aan vooral te gaan kijken. ‘Stap een school binnen, loop mee in een klas, voel de energie. Onderwijs lijkt eenvoudiger van buitenaf. Je moet ervaren hoe rijk, maar ook hoe intens het werk is.’ 

Ze benadrukt ook hoe belangrijk het is om een goed vangnet te hebben thuis. Het traject vraagt veel flexibiliteit. ‘Je doet veel dingen even niet meer. Dat vraagt iets van jezelf en van de mensen om je heen. Ik heb gelukkig een partner en kinderen die me volledig steunden.’ En start op het juiste moment. ‘Start in september, de opleiding is gebaseerd op een schooljaar. Ik startte in februari, dat is niet handig.’ 

Zwetend wakker
Intussen is het diploma op zak. Is er nog iets waar ze zwetend wakker van wordt? Vanja trekt een wenkbrauw op bij deze vraag: ‘De rekentoets. Die is naar mijn idee te moeilijk. Het niveau is veel te hoog. Je gaat de moeilijkste vraagstukken in je carrière misschien twee keer gebruiken voor een leerling. Daar zouden ze iets aan moeten doen in de opleiding. Ook dat je maar vier keer per jaar een kans krijgt om die onmogelijke toets te maken.’ Lachend: ‘Aan de andere kant, ik doe thuis nu de wiskunde met mijn kinderen.’ 

 

Laurentius innoveert
Laurentius spreekt
Laurentius leert
Laurentius werkt